Werkwoorden

Tegenwoordige tijd:

Voeg geen -t toe als het onderwerp:

  • ... ik is.

  • bv. Ik word/ ik loop/ ik werk

  • ... jij/je is en ACHTER het persoonsvorm staat.

  • bv. Word jij/ loop jij/ werk jij

Voeg wel een -t toe als het onderwerp:

  • ... jij/ je is en VOOR het persoonsvorm staat.
  • bv. Jij wordt/ jij maakt/ jij werkt
  • ... u is.
  • bv. U wordt/ u maakt/ u werkt
  • ... een derde persoon is (hij/zij/het)
  • bv. hij, zij, het, Mark, Fleur, het meisje, de klas, onze afdeling, het boek, Den Haag, Nederland, wie, wat / ... maakt / wordt
  • bv. dan maakt / wordt hij / zij / het / Mark / Fleur / het meisje / de klas / onze afdeling / het boek / Den Haag / Nederland / ...


Verleden tijd:

Regelmatige werkwoorden:

  • Voeg -de(n) of -te(n) toe
  • -te(n) wanneer stam eindigt op medeklinkers van 't kofschip of stemloze klinker /sj/ zoals lunchen.
  • bv. ik blafte, ik harkte, jij kaartte...
  • -de(n) in alle andere gevallen
  • bv. ik antwoordde, jij dweilde, jij fondude...

 

Onregelmatige werkwoorden:

  • gebruik voor het enkelvoud de verledentijdsstam
  • bv. ik bad, ik dacht, jij kocht...
  • voor meervoud voeg -en toe aan die stam
  • bv. wij baden, jullie dachten, wij kochten...



Maak een gratis website. Deze website werd gemaakt met Webnode. Maak jouw eigen website vandaag nog gratis! Begin