Combinaties
Aaneenschrijven: combinaties met cijfers, letters en symbolen
Regel 1 Samenstellingen:
Gebruik een koppelteken in samenstellingen met:
- een losse letter
- een cijfer
- een symbool
- een combinatie daarvan
Vb. e-mail, T-shirt, 13-angst, @-teken, A4-formaat, 3D-printer, 65+-kaart
Regel 2 Samenstellende afleidingen:
Gebruik een koppelteken in afleidingen met een telwoord in cijfers.
Vb. 100-jarig, 65-jarige, 25-jaarlijks, 40-urig, 6e-jaars, 4de-klasser, 21ste-eeuws
Regel 3 Afleidingen, verbogen en vervoegde vormen:
Schrijf een apostrof achter een losse letter, cijfer, symbool of combinatie.
Vb. a's, n'etje, 4'tje, 65+'er, €'s, A4'tje
Regel 3.1 Uitzondering:
Rangtelwoorden krijgen -e, -de, -ste vast aan het cijfer.
Vb. 2de, 4e, 8ste
Regel 3.2 Uitzondering:
Schrijf een koppelteken vóór een losse letter of cijfer.
Vb. ge-e-maild, ge-i-bankierd, ge-21'd
Regel 3.3 Uitzondering:
Schrijf een koppelteken vóór het achtervoegsel -achtig.
Vb. C4-achtig
Regel 4 Categorie of soort:
Gebruik een spatie in combinaties die een soort of categorie aanduiden.
Vb. formule 1, hepatitis B, jaren 70, vitamine C, vitamine B12
Regel 5 Samenstellingen met categorie-aanduidingen:
Gebruik een koppelteken in samenstellingen met zulke woordgroepen.
De spatie blijft behouden.
Vb. formule 1-wagen, hepatitis B-vaccinatie, jaren 70-kapsel, vitamine B12-preparaat
Regel 5.1 Uitgeschreven cijfers:
Schrijf samenstellingen aaneen als het cijfer met letters wordt geschreven.
Vb. jarenzeventigkapsel, toptienplaat
Regel 6 Maataanduiders:
Gebruik een spatie tussen een cijfer en de maataanduider.
Vb. 20 blz., 120 km, 150 meter, € 100
Regel 7 Samenstellingen met maataanduiders in symbolen:
Gebruik een koppelteken, en schrijf cijfer + symbool aaneen.
Vb. 120km-weg, 50m-bad, €100-biljet
Regel 8 Conventionele eenheden:
Schrijf conventionele eenheden aaneen.
Vb. A4, C14, 230V, 75W, 35mm
Regel 9 Samenstellingen met conventionele eenheden:
Gebruik een koppelteken, schrijf de eenheid ongewijzigd.
Vb. A4-formaat, C14-datering, 75W-lamp, 35mm-film
Regel 10 Woordgroepen die met een cijfer beginnen:
Behoud de spatie in samenstellingen met zulke woordgroepen.
Vb. 1 aprilgrap, 1 meiviering, 50 meterbad, 100 eurobiljet, 7 uurjournaal
Met rangtelwoorden: 19e eeuwarchitectuur, 2e klascoupé
Regel 10.1 Uitgeschreven cijfers:
Schrijf samenstellingen aaneen wanneer het cijfer voluit wordt geschreven.
Vb. eenmeiviering, vijftigmeterbad, honderdeurobiljet, zevenuurjournaal